TURKMENISTAN PART 2 – CRAZINESS CONTINUES

Het enige wat wij ons continue afvroegen was: “waarom?” Wat heb je te verbergen? Waarom is dit land zo gesloten? Waarom mogen we alleen maar van A naar B rijden? Waarom hebben alle gebouwen geblindeerde ramen of gordijntjes voor de ramen hangen? Waarom laten ze maar een handjevol mensen het land binnen? Wat is hier aan de hand? Antwoorden op deze vragen hebben we helaas niet gevonden, de situatie werd alleen maar absurder naarmate we de grens naderde.


Truck wrecks along the road

Toen we vanaf onze kampeerspot van de eerste nacht wegreden stopte we onderweg om wat wrakken van de vrachtwagens die overal lagen te bekijken. We reden over een hobbelig zandweggetje terug de hoofdweg op. De tweede dag in Turkmenistan reden we in de richting van Turkmenbashi, Turkmenistaanse havenstad en vakantieparadijs. Daar zaten de hotels, daar lagen mensen op het strand en vierden ze feest. Dat is tenminste wat we ergens op internet hadden gelezen. Nu was het natuurlijk niet meer de tijd van het jaar om aan het strand te liggen, maar toch dachten we dat het mogelijk interessant kon zijn om een kijkje te nemen. Zoals vanuit ieder land wilden we nog een kaartje naar oma Bloo en opa en oma Polman sturen, dit moest toch zeker lukken in zo’n toeristische plaats. In Ashgabat konden we met geen mogelijkheid wat vinden dus al onze hoop was hierop gevestigd. Na ongeveer 600 kilometer door een droog niemandsland gereden te hebben vonden we een slaapplaats op ongeveer 30 kilometer voor Turkmenbashi. Het was dus niet ver meer rijden naar deze stad op de derde dag.

Fortunately not everything is bad, Turkmenian camels are really funny ?

Okay the sunset was quite good that night when we stayed near Turkmenbashi

Onze hoop een kaartje te vinden verdween als sneeuw voor de zon toen bleek dat we (geen idee waarom) de “international tourist area” niet in mochten. De weg werd versperd door de politie en de reden die ze ons opgaven was “closed”. Toch raar dat andere auto’s wel werden doorgelaten. Het maakte niet uit wat er tijdens ons verblijf in Turkmenistan gebeurde, iedere keer als we even vergaten in dit rare land te zijn gebeurde er weer wat of zagen we weer wat dat ons hier aan herinnerde. We reden dus terug naar iets wat leek op een centrum. Bij het postkantoor werden we verwezen naar de bazaar, bij de bazaar hadden ze helaas ook geen kaarten. Het werd dus een ouderwetse brief. Nadat deze was gepost en we wat boodschappen hadden gedaan reden we door richting de grens, want wat hadden we hier nog te zoeken met onze route en GPS systeem? Toen we vanuit de stad de afslag richting de grens wilden nemen werden we weer tegengehouden door de politie. Gelukkig hadden we de papieren met onze route erop, deze werden uitvoerig bekeken en gelukkig werd hierna besloten dat we door mochten rijden. Voor het eerst werkte de papieren een keer in ons voordeel. Gedurende de eerste 10  kilometer op deze weg stonden er om de 300 meter mannen in pakken opgesteld tussen de struiken. Allen uitgerust met een communicatie oortje. Misschien was er toch iets aan de hand? Wij zullen het helaas nooit weten.

We reden ongeveer 180 kilometer over een weg vol met gaten en hobbels naar Garabogaz, het laatste dorp voor de grens. We reden door de woestijn, langs de zee en bereikte zo deze helse plek op aarde. Iedereen heeft wel een idee in zijn hoofd over hoe het meest desolate dorp in Rusland eruit ziet. Zo voelde het daar, alleen dan in Turkmenistan! Een hels plekje op aarde, er zullen er wel meer van zijn, maar dit is er sowieso een. We dachten onze tank nog even aan te vullen met de extreem goedkope benzine om die verrekte brandstof compensatie eruit te halen, maar dat feest ging niet door. De enige benzine die ze hier hadden, had een octaangehalte van 80 en gezien we Almaty nog wilden halen met onze auto sloegen we dit even over. We reden dus verder naar de grens. Vanuit Garabogaz was het nog 40 kilometer over een weg die geen weg meer is. Zand met gaten en hobbels, waar je voor je best moet doen om een gemiddelde snelheid van 30 kilometer per uur te halen. Het was te laat om nog de grens over te steken dus besloten we op zoek te gaan naar een kampeerplaats. We reden van de “hoofdweg” af en bekeken de omgeving aan zee, maar besloten dat er geen goede plekken waren om te kamperen. Te open en te winderig. We reden dus weer terug de “hoofdweg” op en toen begon ons Turkmeens avontuur pas echt.

Beautiful town of Garabogaz, unfortunately we have only one picture

Na nog geen 100 meter op de “hoofdweg” werden we halt toe geroepen door een jongeman in legeruniform en een geweer om zijn schouder. Hij wees dat we een stukje terug moesten rijden en een zijweg in moesten slaan. Eenmaal op deze weg kwam er een andere jongeman in legeruniform aangerend die nog even snel zijn magazijn in zijn Kalasjnikov drukte voordat hij onze auto bereikte. En niet veel later kwamen er soldaten uit alle windrichtingen aangerend met een gelijke uitrusting als de soldaat die al bij onze auto stond. Alle zwaar hijgend door de achtervolging die ze zojuist hadden afgerond. Binnen luttele seconden was onze auto omsingeld door zes soldaten.. We stapten uit in de hoop dat we zo beter konden communiceren. In Russisch/Engels, voornamelijk Russisch legden ze uit dat ze ons hadden zien rijden bij de zee en aan hun gezichten te zien was dat niet een plek waar wij hadden moeten rijden. Nu was het onze beurt om uit te leggen dat het allemaal een groot misverstand was en we alleen maar op zoek waren naar een kampeerplek. Toen we dit duidelijk hadden gemaakt, met behulp van wat foto’s van onze daktent, konden ze gelukkig wel lachen. Was dat ook klaar zou je denken, maar niets was minder waar. We moesten toch nog even wachten op de chef die met twee volle auto’s met soldaten en een hond, een half uur later arriveerden. Opnieuw werd ons duidelijk dat we ons op totaal verkeerd terrein hadden begeven. Ze probeerden ons uit te leggen waar we wel mochten kamperen en konden daarna eindelijk gaan. Door ons zeer imperfect Russisch dachten we dat we overal aan de rechterkant van de weg konden kamperen, zolang het maar niet aan de zeekant was. Al snel werd ons duidelijk dat we achtervolgd werden, dus toen we zo’n tien kilometer later in de buurt waren van een zijweg waar wij dachten dat we mochten kamperen, besloten we toch maar even te wachten tot de auto ons passeerde. Toen de auto ons passeerde en het inderdaad de chef met zijn mannen bleek te zijn vroegen we ze of we daar ergens mochten staan. Dit was dus niet de bedoeling klaarblijkelijk hadden we het totaal verkeerd begrepen. Uiteindelijk kwam het er op neer dat we ze moesten volgen. Zij zouden ons goede een plek aanwijzen om te overnachten. Nu reden onze achtervolgers dus netjes voor ons uit en wij er braaf achteraan. We reden zover door dat we uiteindelijk bij de grens aankwamen. Daar aan de grens letterlijk op nog geen 50 meter afstand van het hek op een braakliggend terrein mochten wij een heerlijk nachtje kamperen. Voordat onze achtervolgers, de chef en zijn mannen ons verlieten drukte de chef nog snel zijn telefoon in Tom z’n hand en er stond getypt, in Google Translate,: “regards from Turkmenistan”. Wij lachten, hij lachte en alles was goed.

And even from here we didn’t manage it to be first crossing the border next morning. We like our morning coffees too much…

Wij verlaten het bizarre Turkmenistan met meer onbeantwoorde vragen dan toen we het land inreden. Vragen waarop we de antwoorden nooit zullen weten. Één ding is zeker, dit is absoluut geen vakantieland en als de situatie zo blijft zoals hij nu is, dan komen wij hier in ieder geval niet meer terug.

Klik hier voor meer foto’s.