GEORGIA PART 3 – THE MONSTER HIKE

Van Mestia naar Ushguli, waar zullen we beginnen? Wat een hike, wat een uitzichten, wat een uitdaging, wat een fantastische slaapplekken en wat een overheerlijk eten, maar bovenal, wat een ervaring! In uiteindelijk drie dagen liepen we ongeveer 57 kilometer, waarvan 32 op de laatste dag. We klommen in totaal ongeveer 3.540 meter, waarvan bijna 1600 meter op de laatste dag. Het was een heftige klim, waarbij de paden zo nu en dan menigeen vergelijkenis vertoonde met levels van Super Mario. Al springend van de ene naar de andere graspol afgewisseld door hier en daar een grote steen, om niet in het water te geraken, vervolgde we onze weg. Maar de uitzichten waren dit alles meer dan waard.

MESTIA

Views during the monster hike

Maar eerst onze reis richting Mestia. Na onze heerlijke “pauze” in Batumi reden we, na zes dagen stil gestaan te hebben, weer verder. Onze eerste stop was Anaklia. Hier zouden we overnachten en vanuit daar reden we de volgende dag verder naar de prachtige Svaneti regio. Anaklia is een badplaats met meer koeien dan mensen, voor zover wij konden oordelen. Één maand per jaar staat deze badplaats op zijn kop vanwege een mega techno festival. Verder is het hier verlaten en ergens een beetje triest. De stranden die vol zouden moeten liggen met toeristen zijn gevuld met koeien en hun uitwerpselen en de delen waar de koeien niet komen liggen vol me rotzooi. Zonde, want het heeft zeker potentie. Wij presteerden het in ieder geval om een plekje te vinden zonder koeien en met weinig rotzooi. We klapten de tent uit en genoten van de voordelen die het wildkamperen op een strand biedt. We zwommen, Tom maakte een kampvuurtje en we keken naar de prachtige zonsondergang. Over de hoeveelheid zand in de tent en in de auto, tussen het kookstelletje en de kleren zullen we het verder niet hebben.

ANAKLIA

Getting prepared for our drive to Mestia

De volgende ochtend stonden we rustig op en reden we naar Mestia. Deze stad met 2600 inwoners ligt op een hoogte van 1500 meter en telt 132 kleine dorpen rond om zich heen die tot de stad Mestia behoren. Inclusief de inwoners van deze 132 dorpen wonen er 14.248 mensen. We stopten onderweg om ergens wat te eten. Zeker in de afgelegen gebieden is dit een hele ervaring. De vrouw des huizes kwam ons vragen wat we wilden eten, in het Georgisch legde ze ons haarfijn uit wat ze allemaal had. Nadat we dus geen woord hadden begrepen noemden we maar een paar namen op van gerechten die we hadden onthouden. De grote Georgische dumplings had ze, en we bestelden nog iets, maar wat dat precies was bleef een verrassing totdat het gerecht werd geserveerd. Het bleek uiteindelijk brood met gekruid gehakt erin te zijn. Het duurde allemaal vrij lang omdat de stress wat opliep toen er na ons nog enkele groepjes plaats namen op het terras. Maar even hartelijk hadden we een uur later ons eten. Toen we naar binnen liepen om te betalen zagen we allerlei souvenirs uit verschillende landen hangen en ze vroeg ons of we niet iets uit Nederland hadden voor haar verzameling. Voordat we uit Nederland vertrokken hadden we 50 sleutelhanger klompjes ingeslagen voor dit soort situaties. Tot nu toe hadden we gulzig stroopwafels uitgedeeld maar die waren inmiddels op, dus nu konden we aan de klompjes beginnen. Ze vondt het prachtig en omdat ze, zoals wij dat begrepen, iets terug wilde doen kregen we een bakje vol met de “geheime” Georgische kruiden mee waar overal in dit land mee wordt gekookt.

Mestia

On our way to Mestia

Na deze enerverende lunch reden we verder bergopwaarts naar Mestia. Iets later dan gepland kwamen we aan in dit Georgische ski dorp. Een bezoekje aan een toeristen informatiepunt leerde ons dat we de volgende ochtend prima konden beginnen aan een vierdaagse hike. Via internet boekten we ons eerste guesthouse en de auto parkeerden we de volgende ochtend voor het politiebureau, dit leek ons de veiligste plek in het dorp.

One of the many beautiful sights during the hike

Day 1 – 18,4km – 848 hoogtemeters

Vol goede moed vertrokken we vanuit Mestia naar Chvabiani waar we de eerste nacht zouden slapen. We hadden bij het toeristen informatiepunt vier kaarten meegekregen, voor iedere dag één. Toch kregen we het voor elkaar om na ongeveer 2 kilometer al een afslag te missen. Gefascineerd door een oude en kapotte mountaneering basis liepen we rechtdoor in plaats van rechts af. Gelukkig kwamen we er al snel achter dat er iets niet helemaal goed ging en viel de afstand die we terug moesten lopen hartstikke mee. Het pad was verder vrij goed aangegeven, op het hoogste punt aten we wat in het zonnetje waarna we verder liepen door kleine bewoonde en onbewoonde dorpjes. We moesten het laatste deel iets anders lopen dan de standaard route doordat een storm eerder die week een brug had verwoest. Het laatste deel van de route was dus over een soort van hoofdweg en niet zo interessant. Al vroeg in de middag kwamen we aan bij het guesthouse dat we hadden geboekt. Een klein dorpje dat met de auto nog te bereiken is, voorzieningen zoals een supermarkt zijn er eigenlijk niet. Toch wisten we nog ergens wat biertjes te scoren, want dat is welverdiend na zo’n tocht. Om 19:00 stond er een heerlijke maaltijd voor ons klaar en werd er gecheckt hoe laat we wilden ontbijten, wat een luxe.

 

Day 2 – 10km – 1100 hoogtemeters

Toen we de volgende dag wakker werden regende het ontzettend hard, het kwam echt met bakken uit de hemel. Volgens het weerbericht zou het nog iets opklaren die middag, dus wachtte we op het betere weer. Toen het uiteindelijk rond 15:00 droog werd was het te laat om nog te gaan lopen. De plattegrond van het toeristenbureau gaf namelijk aan dat we dag twee in ongeveer acht uur zouden lopen. Dat zouden we dus niet meer redden. We bleven in het guesthouse en werden prima verzorgd door moeder en dochter. We speelden zo’n 50 potjes yahtzee en waren verder heel erg blij dat we onze e-readers in de rugzak hadden gestopt. Uiteindelijk arriveerden er aan het einde van de middag nog wat andere gasten en bij het avondeten was het erg gezellig. Het was inmiddels ook helemaal droog geworden en het zag ernaar uit dat dit ook zo bleef.

 

Er was geen wolkje te bekennen de volgende dag en het werd een prachtige wandeling. Helaas waren de paden slecht aangegeven dus moesten we af en toe echt even zoeken, maar verdwalen deden we niet. Toen we de grootste klim hadden gehad kwamen we uit op een skipiste. We hebben de afgelopen maanden al heel wat skipistes gezien maar het is iedere keer weer moeilijk voor te stellen dat hier in de winter zoveel sneeuw ligt. Vanuit de skipiste liepen we verder richting het dorpje Adishi. Hier zouden we een guesthouse zoeken. Toen we het dorpje naderde en het vanaf een afstandje bekeken konden we slecht voorstellen dat hier een mogelijkheid zou zijn om te overnachten, maar niets bleek minder waar. We vonden een guesthouse. Van de buitenkant zag het eruit alsof het ieder moment kon instorten, maar van binnen ging het, de bedden waren goed, er was een koude douche en een toilet, geen elektriciteit maar een moeder die heerlijk kon koken. We sliepen hier in totaal met zn achten en zowel ‘s avonds als ‘s ochtends stond er een heerlijke maaltijd voor ons klaar.

Adishi

Our first impression of Adishi

Adishi

Our beautiful guesthouse in Adishi

Day 3&4 – 34km – 1600 hoogtemeters

Als het lukt is het leuk, lukt het niet ook geen probleem. Dit was het idee waar we de derde dag mee vertrokken. Was het mogelijk om dag drie en dag vier in één te doen dan zouden we daarvoor gaan. We zouden dan uiterlijk om drie uur op het punt moeten zijn waar dag vier begint. We hadden een goed tempo en allebei weinig last van vermoeidheid, al zullen we niet ontkennen dat de ochtend erg zwaar was. We klommen tot 2700 meter hoogte met erg steile stukken tijdens de klim. Maar goed na een enerverende ochtend waarbij we ook nog een rivier over moesten te paard, waren we nu dus aan de afdaling begonnen. We liepen stevig door naar Iprali, het dorpje waar dag drie eindigt. Nadat we zo vlot geklommen hadden vanochtend moest het gewoon haalbaar zijn om vandaag nog Ushguli te bereiken. Om half drie kwamen we aan in Iprali en na een korte stop waarbij we al ons laatste eten opaten gingen we uiteindelijk verder naar Ushguli. Er zaten in dit deel nog maar 400 hoogtemeters, maar we voelden dat onze benen het zwaar kregen. Rond 18:00 kwamen we aan bij de grote weg, nu was het nog maar twee kilometer tot het eindpunt. We waren moe en toen er een auto voorbij reed die ons een lift aanbood klonk dat dan ook erg verleidelijk. Maar nee, we wilden het nu ook afmaken. Het kon niet zo zijn dat we vandaag zover hadden gelopen en de laatste twee kilometer hadden gelift. Onderweg naar Ushguli kwamen we een stel tegen dag hier net vandaan kwam, zij gaven ons een tip voor een guesthouse. Toen we om half 7 eindelijk in Ushguli waren besloten we die tip te volgen, aangezien we te moe waren om zelf nog iets te kunnen bedenken. We liepen naar de lokale kroeg en vroegen daar voor het guesthouse. Het meisje dat in de kroeg werkte bleek de eigenaresse van het guesthouse te zijn en we werden met open armen ontvangen. Eerst dronken we cola, toen twee biertjes en ondertussen genoten we van moeders kookkunsten. Na het eten werden we naar onze slaapplaats gebracht en na een warme douche vielen we beide in een diepe slaap.

Glacier

Dani looking at the impressive Glacier

day 3

View from the highest point of the hike

Iprali

Almost in Iprali

Ushguli

Day 4 had some amazing views as well

Ushguli

Almost there, Ushguli our final destination

De volgende ochtend regelden we een taxi naar Mestia waar de auto stond. Na bijna twee uur hobbelen en gezellig kletsen met een Australisch-Amerikaans stel waren we dan na vijf dagen weer terug bij onze auto.

klik hier voor meer foto’s